Beleid
Uitgelicht

Home » Beleid » EHealth

EHealth

Vanuit het Wit-Gele Kruis bleven we ook in 2024 sterk betrokken bij het RIZIV-project rond e-health met de focus om alles werkbaar en haalbaar te maken voor organisaties in de thuisverpleegkunde.

Afschaffing van de voorschriftplicht

In 2025 zette de Overeenkomstencommissie Verpleegkundigen-Verzekeringsinstellingen belangrijke stappen om de bijkomende voorschriftplicht in artikel 8 van de verpleegkundige nomenclatuur af te schaffen. De aanleiding was dat verschillende verpleegkundige handelingen volgens de beroepswetgeving geen medisch voorschrift meer vereisen, terwijl een voorschrift voor terugbetaling nog wél verplicht bleef. Dat zorgde voor verwarring, extra administratie en een inconsistent systeem.

Het voorstel maakt de nomenclatuur opnieuw in lijn met de FOD‑wetgeving: enkel handelingen waarvoor de wet of het KB van 18 juni 1990 een voorschrift vereist, blijven voorschriftplichtig. Voor alle andere handelingen vervalt de bijkomende verplichting. Daarbij hoort ook het aanpassen van formulieren (zoals het verpleegkundig verzorgingsplan, de evaluatieschaal en bijlage 81) zodat overbodige velden en verwijzingen naar voorschrijvende artsen verdwijnen.

Deze wijziging omvat een belangrijke administratieve vereenvoudiging, die zowel patiënten als verpleegkundigen ontlast en beter aansluit bij de huidige praktijk, zeker nu nieuwe verpleegkundige titels en bevoegdheden worden ingevoerd.

Project W-waarden 2025

De bespreking van de W‑waarden (controledrempels die door het RIZIV worden gebruikt om het zorgvolume in de thuisverpleegkunde op te volgen) in de Overeenkomstencommissie Verpleegkundigen-Verzekeringsinstellingen volgde op een waarschuwingsbrief, verstuurd door de dienst voor geneeskundige controle en evaluatie van het RIZIV, in het kader van de overschrijding van de W-waarden. Deze communicatie leidde tot ongerustheid en vele vragen uit de sector over de concrete toepassing van de regels en de wijze van verantwoording. Tijdens de besprekingen kwam naar voren dat er in de praktijk heel wat knelpunten blijven. Zo bestaat er onzekerheid over de interpretatie van de drempels en over de manier waarop verpleegkundigen en zorgkundigen zich moeten verantwoorden wanneer het plafond wordt overschreden.

In een nieuwe nota werd het historisch kader, de juridische basis en de concrete interpretatie van de verantwoordingsdrempels beschreven met als doel verduidelijking te geven over de maximumdrempels van de W-waarden vermeld in paragraaf 3 bis.

In 2026 wordt dit dossier verder besproken, met aandacht voor verdere verfijning, uniforme interpretatie en een correcte en evenwichtige toepassing in de praktijk.

Voorbereiding en toediening van medicatie voor psychiatrische patiënten door zorgkundigen.

Naar aanleiding van verwerpingen van facturaties van prestaties uitgevoerd door zorgkundigen voor de verstrekking ‘voorbereiding en toediening van medicijnen bij chronische psychiatrische patiënten’ werd er een interpretatieregel uitgewerkt en goedgekeurd. Deze interpretatieregel verduidelijkt in welke situaties een zorgkundige veilig kan worden ingezet voor medicatiegerelateerde taken bij psychiatrische patiënten, wanneer verpleegkundige tussenkomst noodzakelijk is en hoe dit correct moet worden gedocumenteerd en gefactureerd.

Evaluatie wondzorg

De in 2024 gestarte evaluatie van de vernieuwde nomenclatuur wondzorg werd in 2025 verdergezet binnen de Overeenkomstencommissie. De hervorming leidt tot een meer gestructureerde kwaliteitsopvolging via o.a. het wondzorgdossier, T.I.M.E.‑evaluaties ), foto’s en expertise.

Tegelijk blijven er in de thuiszorg belangrijke praktische uitdagingen, onder meer bij het nemen van foto’s, de digitale gegevensuitwisseling met artsen en de administratieve belasting. De afschaffing van de voorschriftplicht en de bijkomende vergoedingen bij langdurige complexe wondzorg worden positief onthaald. Ook de vaste termijn van zes weken voor een advies door een referentieverpleegkundige wondzorg blijkt niet in elke situatie passend, waardoor meer flexibiliteit wenselijk is.

Uit de budgetanalyse blijkt dat de doelstelling van budgetneutraliteit niet volledig werd bereikt, mede door de opwaardering van complexe wondzorg en bijkomende verstrekkingen complexe wondzorg. Verdere opvolging en bijsturing blijven daarom noodzakelijk. Omdat verschillende elementen nog verdere verduidelijking en afstemming vragen, worden de werkzaamheden in 2026 voortgezet.

Handhavingsbeleid

De bezorgdheid over de meldingen van fraude, eind 2025, waren de aanleiding voor een bijsturing vanuit de federale overheid rond handhaving en fraude. Dit dossier wordt in 2026 verder uitgewerkt.

Er werd een uniforme procedure ingevoerd voor situaties waarin patiënten doelbewust de Katz‑controle onmogelijk maken door zich als ‘niet thuis’ voor te doen. Het gaat uitsluitend om uitzonderlijke gevallen waarbij sprake is van manifeste tegenwerking of vermoedens van fraude. In deze gevallen laten controleurs een standaardbrief achter en wordt een wachttijd gehanteerd van minstens één week voordat het lopende forfait eventueel tijdelijk wordt geschorst. De vertegenwoordigers van de sector benadrukten dat thuisverpleegkundigen tijdig geïnformeerd moeten worden én dat de maatregel zorgvuldig moet worden toegepast om onnodige ongerustheid of misbruik te vermijden.

Woonzorgvormen

Het dossier ‘woonzorgvormen’ is ontstaan door de toenemende vraag naar thuisverpleegkundige zorg in kleinschalige woonzorgvoorzieningen, niet erkende instellingen of nieuwe of alternatieve woonvoorzieningen. Er is onduidelijkheid over hoe verpleegkundige zorg in deze woonvormen correct moet worden gefinancierd en onder welke categorie van artikel 8 van de nomenclatuur deze zorg moet worden geattesteerd. Een aparte werkgroep van het RIZIV onderzocht dit dossier en de verschillende pistes. Er is meer nodig met de sector en de deelstaten om binnen dit complexe dossier tot duidelijke en werkbare consensus te komen.

Autosondage

De dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV stelde vast dat blaassondages soms onterecht werden gefactureerd bij patiënten die een tegemoetkoming ontvangen voor autosondage. Via een omzendbrief gelastte zij aanvankelijk retroactieve terugvorderingen. Na reacties uit de sector werd deze omzendbrief vervangen door een nieuwe versie waarin de nadruk verschuift naar sensibilisering en striktere naleving van het cumulverbod.

In sommige zorgsituaties bots het strikte cumulverbod met de dagelijkse realiteit. Mede gebaseerd op casussen aangebracht door het Wit-Gele Kruis, werd binnen de overeenkomstencommissie gevraagd om het cumulverbod, zonder extra administratieve belasting, in uitzonderlijke situaties toch mogelijk te maken. Een aanpassing van het KB van 15 januari 2023 is hiervoor noodzakelijk.  Daarnaast werd voorgesteld om in de member data zichtbaar te maken wanneer een patiënt een tegemoetkoming voor autosondage ontvangt, zodat verpleegkundigen correct geïnformeerd zijn. Dit voorstel wordt verder besproken in 2026 met de juridische dienst en de werkgroep medische hulpmiddelen.

Nederlandstalig Platform voor Thuisverpleegkundigen2025 was voor het Nederlandstalig Platform voor Thuisverpleegkundigen (NPTV) een jaar van beweging, samenwerking en verdere professionalisering. Doorheen het jaar tekenden zich duidelijke rode draden af: de uitbouw van sterke provinciale structuren, de groeiende nood aan heldere afspraken en uniformisering, een toenemende vraag naar transmurale samenwerking en het versterken van de positie van thuisverpleegkundigen in een steeds complexer zorglandschap. Het NPTV trad sterker naar buiten, intensiveerde de samenwerking met ziekenhuizen en partners en bouwde verder aan zijn interne werking. Tegelijk waren er ook uitdagingen, zoals schaarste in de thuisverpleegkunde, complexe afstemming met mutualiteiten, druk op opleidingen en de blijvende nood aan eenduidige afspraken. Bovenal stond de kracht van verbinding centraal. Provincies, organisaties, kartels en vrijwilligers vonden, soms met hindernissen, steeds meer een gezamenlijke richting. Het fundament dat in 2025 werd gelegd, vormt zo een stevige basis voor de volgende stappen in de sector.

Provinciale dynamiek en vrijwilligerswerking

De provinciale coördinatoren blijven het kloppend hart van het NPTV. In meerdere provincies wordt verder gewerkt aan het versterken van clusterwerking, intervisies en betere verbinding met de eerstelijnszones. Er ontstonden sterke debatgroepen en regionale ontmoetingen die uitgroeiden tot een waardevol platform waar thuisverpleegkundigen, ziekenhuizen en partners van de eerstelijnszorg elkaar vinden en versterken. Actuele thema’s die aan bod kwamen waren o.a. agressie in de zorg, transmurale samenwerking en samenwerking met de diensten gezinszorg. De opkomst bewees dat kleinschalige, interactieve formats werken: ze versterken niet alleen de inhoud, maar ook het netwerk tussen zorgpartners.

Daarnaast werd er ook een oncologische thuiszorgdag georganiseerd en werd er overal actief gewerkt aan het bereiken van de bredere achterban.

In verschillende provincies doken uitdagingen op rond mandaten, vertegenwoordiging in zorgraden en verschillen in engagement, een blijvend aandachtspunt doorheen het jaar.

Het Ethisch Charter

Het Ethisch Charter bleef een centraal dossier. De tekst werd herwerkt en afgestemd met kartels en organisaties. Discussies over remgeld, deontologie, en grensafspraken met praktijken maakten duidelijk dat uniformiteit en helderheid essentieel blijven.Het charter wordt breed gedragen binnen de sector, maar de naleving vraagt blijvende opvolging en open communicatie.

Thuishospitalisatie en transmurale samenwerking

Thuishospitalisatie, zowel anti‑microbiële therapieën als oncologische behandelingen -was één van de meest besproken thema’s in 2025. Er werd hard gewerkt in de verschillende werkgroepen. Een gemeenschappelijk zorgpad en SLA werden vastgelegd voor anti‑microbiële therapieën. Voor beide domeinen werd bovendien het concept van een combinatie van theoretische e‑learning en praktijkopleiding uitgewerkt.

De vraag naar een centrale doorverwijzingstool of expertise‑kaart werd steeds sterker, al blijft dit voorlopig een tussenoplossing. De samenwerking met ziekenhuizen groeide, maar bracht ook knelpunten rond capaciteit, expertiseverdeling en bereikbaarheid aan het licht. Doorheen het jaar kwam één boodschap steeds terug: ziekenhuizen willen minder versnippering en duidelijke aanspreekpunten.

In meerdere regio’s werden stappen gezet richting gezamenlijke opleidingsdagen, flow‑afspraken en structurele overlegmomenten. Tegelijk groeide het besef dat het Nederlandstalig Platform voor Thuisverpleegkundigen zijn rol moet bewaken: samenwerking stimuleren en verbinden, zonder te bepalen hoe de thuisverpleegkunde georganiseerd wordt. De nood aan een digitale oplossing voor de opvolging van expertise werd daarbij breed erkend.

Onderwijs en stages: een structurele opdracht

Het belang van kwalitatieve stages en een grotere zichtbaarheid van de thuisverpleegkunde binnen hogescholen werd in 2025 duidelijker dan ooit. Tussen onderwijs en werkveld blijft een kloof bestaan, vooral wat betreft kennis over de diversiteit en complexiteit van het thuisverpleegkundig werk. Het Nederlandstalig Platform voor Thuisverpleegkundigen startte daarom werkgroepen rond onderwijscommunicatie, stageproblematieken en de ontwikkeling van een mogelijk introductiefilmpje over wie en wat het platform is. De ambitie is om duurzame relaties met opleidingen op te bouwen en zo de instroom van studenten in de thuisverpleegkunde te versterken.

Overal Thuis

Het magazine Overal thuis bleef ook in 2025 een sterk medium voor de sector. De inhoud werd verder afgestemd en het advertentiebeleid verfijnd, met artikels over projecten, opleidingen en het ethisch charter als rode draad. Het Nederlandstalig Platform voor Thuisverpleegkundigen werkte daarnaast aan betere communicatiekanalen richting zijn leden, onder meer via databankopbouw en centrale mailinglijsten. Om de werking haalbaar te houden, werd beslist het aantal edities te verminderen van vier naar drie per jaar.

Tags: